Ambacht

Wij kunnen u verschillende oude ambachten laten zien:

  • Maliën maken
  • Kleding maken
  • Schrijfkunst
  • Pijlen maken
  • Schilderkunst



Maliën Maken

Maliën is een vlechtwerk van ijzeren ringetjes. Maliën werd op veel verschillende manieren toegepast. Zo waren er maliënkappen om het hoofd tegen snijwonden te beschermen, maar  ook handschoenen van maliën en zelfs hele hemden van maliën die maliënkolders worden genoemd. Maliën maken is een vak apart waar je vooral veel geduld voor nodig hebt. Er zijn verschillende manieren om maliën te maken. Soms werden de ringetjes aan elkaar geklonken met kleine klinknageltjes. In een maliënkolder zitten al gauw 60.000 ringetjes. Heeft u enig idee wat dat zou wegen?






Kleding maken


Kleding maken in de middeleeuwen kon zowel huisnijverheid zijn als een ambacht. Kleding werd gemaakt van linnen of wol. Zowel wol als linnen moest eerst gesponnen worden. Linnen werd gesponnen uit vlas, maar ook uit hennep werden stoffen geweven. Spinnen deed men veelal met de hand met behulp van een spintol. Ook waren er professionele spinsters met een spinnenwiel, al werd deze toen nog met de hand aangedreven. De draad werd steviger gemaakt door hem dubbel te 'twijnen'. De wol of linnen kon ook worden geverfd: in sobere kleuren voor de eenvoudige mensen, of bonte kleuren voor de welgestelden en zwart voor de adel. De kleermaker wilt u graag vertellen over zijn vak en de "nieuwste" mode!




Schrijfkunst


Lang niet alle mensen konden lezen of schrijven in de 15e eeuw. Toch was het een belangrijke manier om berichten over te brengen of belangrijke gebeurtenissen vast te leggen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een kroniekschrijver met het gevolg meetrekt om zijn of haar  diensten aan te bieden. Het middeleeuwse schrift ziet er heel anders uit dan de letters van nu. Ook werd er toen niet geschreven met een pen, maar met een (ganzen)veer. Belangrijke documenten werden soms met lak  verzegeld, dit gebeurde om achteraf de authenticiteit te kunnen bepalen en vervalsing uit te sluiten. Soms schreef men op papier of, als het document lang bewaard moest worden, zoals akten of belangrijke transacties, op perkament. In de vijftiende eeuw had men ook al kleine notitieboekjes van bijenwas in een boekje gemaakt van hout. Hierin kon je notities in krassen en ze later weer wissen door de was glad te strijken. Schrijven was een hele kunst die werd beheerst door geestelijken of personen die een opleiding hadden gevolgd. Boeken werden vaak prachtig verlucht en ze waren erg kostbaar. Het schrijven van een boek was handwerk, dus echt "monnikenwerk" Hoe ziet uw naam er eigenlijk uit in het middeleeuws?






Pijlen maken


Pijlen zijn er in allerlei soorten en maten en de pijlenmaker weet er alles van! Vroeger werden pijlen veelal van flexibel essenhout gemaakt. De veren werden er met beenderlijm aangelijmd en vervolgens met een draad netjes aan de schacht vastgeknoopt. Ook werd er een inkeping in de pijl gemaakt, waar de pees van de boog in geklemd diende te worden. Soms werden deze inkepingen verstevigd met hoorn of been. Er waren veel verschillende pijlpunten. Sommigen zijn om mee te schieten op een doel, anderen om mee op wild te jagen of om geharnaste ridders te schieten. Er zijn zelfs "fluitpijlen" bekend, die zingen in de lucht, vuurpijlen en pijlen die speciaal gemaakt zijn van rubber waarmee we ook echte veldslagen kunnen naspelen, zonder elkaar te verwonden.






Schilderkunst


De middeleeuwse schilder maakt haar eigen verf van kleurpoeder, wat we "pigment" noemen en er waren veel verschillende pigmenten. Sommigen moesten van heel ver ingevoerd worden en waren daarom erg kostbaar. Zoals bijvoorbeeld de kleur ultramarijn, die van "ver over de zee kwam" Dit pigment werd verkregen door lapis lazuli, een blauwe edelsteen te vermalen. Maar ook van verbrande botten werd pigment gemaakt. Brrr....!

Voor olieverf gebruikt de kunstenaar lijnolie om de kleur te binden en voor de temperatechniek gebruikt ze de dooier van een eitje. De schilder versiert boeken en maakt portretten. Hij maakt altaarstukken voor de kerk en werkt mee aan de propaganda voor de adel. Deze vakman tekent met zilver, schildert met gemalen edelstenen en pronkt zelfs met echt goud!

Vroeger waren de schilders verbonden aan een schildersgilde. Als je acht jaar was mocht je al op kamers gaan wonen bij een meester die je les gaf. Eerst werd er jaren geoefent om met pen op een houten plankje te schetsen. Een leerling kreeg les in kleuren opwerken en mengen. Er werkten vaak meerdere mensen aan één meesterwerk. Werken werden in de middeleeuwen nog niet gesigneerd, men herkende de meester of zijn atelier aan een bepaalde stijl.